Welke bijzondere verrichtingen zijn er voor het motorrijbewijs?

Ben je met motorrijlessen begonnen of moet je binnenkort al je rijexamen doen, dan wil je natuurlijk weten wat je te wachten staat. Tijdens het examen voertuigbeheersing moet je een aantal bijzondere verrichtingen doen. Wij hebben ze voor je op een rijtje gezet. Uit ieder cluster is één oefening verplicht en er zijn 3 extra oefeningen die je examinator kiest.

Welke bijzondere verrichtingen zijn er voor het motorrijbewijs?

Cluster 1

Achteruit parkeren met de motor aan de hand

Je loopt aan de rechterkant van de weg. Vervolgens parkeer je de motorfiets achteruit in het parkeervak en zet hem op de standaard. De tweede stap is de motorfiets weer van de standaard halen en rechts het parkeervak uitlopen.

Cluster 2

Langzame slalom

Langzaam rijdend moet je om een rijtje pylonen slalommen. Daarbij is het verplicht gebruik te maken van een slippende koppeling. Je moet laten zien dat je de motorfiets goed beheerst, in balans blijft en mag de pylonen niet raken.

Wegrijden uit parkeervak

Je motorfiets staat geparkeerd in een parkeervak. Je moet nu wegrijden en met een haakse bocht de weg op gaan.

tapvoets rechtdoor rijden

Je examinator loopt langs de kant van de weg. Jij moet stapvoets naast hem blijven rijden over een afstand van 20 meter. Daarbij moet je laten zien dat in balans blijft en je motor op de juiste manier bedient. Maak gebruik van een slippende koppeling. Je mag de voetrem ook gebruiken, maar moet je voeten op de voetsteunen houden. Bij het eindpunt moet je stoppen, waarbij je de voorrem mag gebruiken.

Denkbeeldige acht

Binnen een rechthoekig kader moet je een keurige, denkbeeldige 8 rijden. Rijd met trekkende motor en gelijkmatige snelheid. Voetrem en slippende koppeling mogen, maar zijn niet verplicht.

Halve draai (links- of rechtsom)

Rijd met licht trekkende motor en maak na de tweede pylon in één vloeiende beweging een halve draai naar links of rechts. Vervolgens rijdt je terug naar het begin.

Cluster 3

Uitwijkoefening

Je rijdt met vijftig kilometer per uur door de poort. Op vijftien meter na de poort staat een 'muur' van pylonen en daarvoor moet je naar links uitwijken. Vervolgens keer je weer terug naar je eigen weghelft.

Snelle slalom

Slalom om zes pylonen bij een snelheid van minstens 30 km per uur.

Vertragingsoefening

Kom vanuit stilstand snel op tot 50 km per uur in (minstens) de derde versnelling. Bij het tweede poortje vertraag je naar 30 km per uur en schakel je minstens één versnelling terug. Met deze snelheid rijd je een slalom om 3 pylonen.

Cluster 4

Noodstop

Rijd met minstens 50 km per uur naar het poortje. Draai vervolgens het gas dicht, ontkoppel en rem zo hard mogelijk voor een noodstop.

Precisiestop

Rijd met minstens 50 km per uur naar het eerste poortje. Bij het tweede poortje, 17 meter verder, moet je stoppen door gelijkmatig te remmen en vlak voor het stoppen terug te schakelen naar de eerste versnelling.

Stopproef

Rijd met minstens 50 km per uur naar het eerste poortje, draai gas dicht, rem met beide remmen, ontkoppel en schakel terug naar de eerste versnelling.